Blog door Janine Schouls

Beloofd is beloofd

Het is een zonnige middag als ik op de stoep sta bij André en Maria. André heeft mij 2 dagen eerder gebeld met de vraag of ik eens wil komen praten, en hem en zijn vrouw wil helpen met het voorbereiden van zijn uitvaart. André is ernstig ziek en heeft niet lang meer te leven. Maria laat me binnen in hun kleine, gezelligge, overvolle woning.

Ik neem plaats op de bank naast André en hij begint direct te vertellen. Enkele weken geleden heeft hij van de arts begrepen dat de ernstige ziekte niet meer te stoppen is, en er geen mogelijkheden meer zijn voor behandeling. Nu er niet meer te kiezen valt wil hij graag zelf bepalen hoe zijn laatste weken er uit zullen gaan zien. Hij is er ogenschijnlijk erg rustig onder. De eerste stappen richting zijn zelf gekozen einde zijn al gezet en het gesprek met de SCEN-arts heeft al plaatsgevonden. Zijn “laatste dag” heeft hij al rood omrandt op de kalender die in de woonkamer hangt. “Ik ben er wel klaar mee, en eigenlijk ook al klaar voor”, vertelt hij.

Maria zit stil op een stoel bij het raam. En die stilte is eigenlijk helemaal niets voor haar, zo begrijp ik. Normaal vult haar aanwezigheid de hele woonkamer. Ze luistert naar de vragen van haar man en ik merk dat ze moeite heeft met het eenzijdige gesprek. Voorzichtig betrek ik haar erbij en ik vraag of ik ook iets voor haar kan betekenen. In de weken die volgen spreken we elkaar regelmatig. Iedere keer dat ik kom worden de gesprekken intiemer. Ik krijg de vraag of ik erbij wil zijn wanneer André gaat overlijden. Daar hoef ik niet lang over na te denken.

Op een koude, vroege maandagmorgen in oktober overlijdt André. Maria zit stil en verdrietig naast zijn bed. Een paar uur later ligt hij opgebaard in de door hem zelf uitgezochte uitvaartkist die in zijn geliefde serre staat. We steken kaarsjes aan en zetten zijn favoriete muziek zachtjes op.

Op de dag van de uitvaart dragen we hem liefdevol uit zijn woning en gaan we op weg voor zijn afscheid. In de aula zijn we met een klein gezelschap bij elkaar. Zoals afgesproken vertel ik daar zijn verhaal en omlijsten we het geheel met de door hem uitgekozen muziek.

“Dat was het dan..” zegt Maria aan het einde van de bijeenkomst. “Nu ben ik helemaal alleen”. Op de terugweg hoor ik dat het André’s wens was dat zijn as uitgestrooid zal worden op zijn geliefde plek. Maria heeft hem stellig beloofd om die wens te gaan vervullen. Maar zo kort na zijn overlijden durft ze die stap nog niet te zetten. De eerste weken na het afscheid loop ik regelmatig bij haar binnen. We drinken thee en ik laat haar vertellen. Maar dan komt er geen respons op mijn telefoontjes, en ook in haar woning tref ik haar niet meer. Ze blijkt in het ziekenhuis te liggen. Ernstig ziek.

Na een aantal weken wordt ze opgenomen in een verpleeghuis. Er is geen zicht op terugkeer naar haar eigen woning, maar Maria houdt voet bij stuk en wil maar één ding en dat is naar huis. Desnoods met alle toeters en bellen en een batterij aan hulp. We zien haar toestand verslechteren en er wordt zelfs over een opname in het hospice gesproken.

Donderdagavond bezoekt haar vriendin haar nog in het verpleeghuis. Maria maakt een blije indruk, ze heeft die middag gehoord dat ze de volgende maandag naar huis zal gaan. Ze weet inmiddels ook dat ze daar zal sterven, maar ze heeft er zichtbaar vrede mee. Een dag later zit ik al vroeg op kantoor als mijn mobiele telefoon gaat.

Vijf minuten later hol ik de afdeling op. Haar vriendin komt een aantal uur later binnen. We zijn overdonderd door haar achteruitgang en besluiten om haar handen vast te houden. Zo zitten we een tijdje en wrijven liefdevol over haar steeds kouder wordende handen. Maria praat nauwelijks en haar ogen zijn naar boven gericht. We verwonderen ons om haar rust en fluisteren haar toe dat ze naar haar grote liefde André mag gaan.

“Wat jammer dat ze niet meer naar huis kon”, zegt haar vriendin. Vier dagen later is het kleine gezelschap weer bijeen in de woning van André en Maria. We drinken koffie en de muziek speelt zachtjes op de achtergrond. De pastoraal werker van het verpleeghuis neemt het woord en vertelt over de gesprekken die ze hebben gehad in het verpleeghuis. Het kleine gezelschap vormt een kring rond haar kist en sluit deze liefdevol.

Op een zonnige middag, ruim 6 weken later, strooit het kleine gezelschap liefdevol de as van André en Maria uit op de plek waar André zo gelukkig was. De plek die Maria hem had beloofd.

Als ik dood ga

Als ik dood ga
hoop ik dat jij er bent
dat ik je aankijk
dat je mij aankijkt
dat ik je hand voel.
Dan zal ik rustig doodgaan
Dan hoeft niemand verdrietig te zijn
Dan ben ik gelukkig.

- Remco Campert